Paracelsus* raakt uit de mode
We gebruiken geen bestrijdingsmiddelen, zelden wat kunstmest maar wel compost. Waarom doen we dat? Dat heeft te maken met oude inzichten, maar ook met recente wetenschappelijke onderzoeken. Een man met verstand wees me op het onderstaande. Wie dat is? Verraad ik niet want dat is pedagogisch niet verantwoord.
Land- of tuinbouw, zelfs op de kleine schaal van de Franciscushof, verstoort het natuurlijke evenwicht ter plekke. Een landschap dat als mooi en divers wordt ervaren, kent weinig plagen en ziekten. Planten, dieren, schimmels en bacteriën leven dan in een natuurlijk evenwicht. Hoe ouder dat evenwicht is, des te groter de diversiteit. Maar het reageert wel op de klimaatopwarming en andere externe factoren. In elke bodem leeft het 'microbioom', een verzamelnaam voor alle zeer kleine levende organismen. Het is de sjieke naam voor het bodemleven. De organismen zijn van elkaar afhankelijk en vormen een leefgemeenschap. Als de grond goed is, dan is het leven daarin heel divers en in evenwicht.
Maar reguliere land- en tuinbouw gaat over monoculturen en korte termijn; dat verstoort het natuurlijke evenwicht in de bodem en dat kan tot plagen en ziekten in de gewassen leiden. Dierlijke of plantaardige soorten zien namelijk hun kans in het veranderde milieu en vermeerderen zich ongebreideld ten koste van andere soorten. Er zijn aanwijzingen – maar nog geen hard bewijs – dat een gezonde bodem met goed microbioom robuuste, niet-vatbare planten huisvest. De zesjarige teeltwisseling op de Franciscushof is een oude methode om oogstuitval tegen te gaan.
Plagen en ziekten in gewassen worden bestreden. Hele akkers worden besproeid of bestoven; hoe zorgvuldig dit ook gebeurt, het is noodlottig voor allerlei organismen die deel uitmaken van dat microbioom in de bodem. Vergelijk het maar met het gebruik van antibiotica: soms noodzakelijk voor een mens, maar het is de botte bijl voor onze darmflora. En als we niet uitkijken, worden ook nog bepaalde bacteriën resistent.