Wist u dat ...
ANBI-status De stichting heeft de ANBI-status. RSIN nummer 813677543 Een gift is aftrekbaar voor de belasting. Wilt u meer informatie, neemt u dan contact op met de penningmeester.
Zoekt u een cadeau? Denk eens aan de bundel 'Beste meneer Bloem'
De bundel is te bestellen voor € 19,95 via deze link Verzenden in Nederland is gratis, voor België zijn de verzendkosten € 5,--
|
|
|
Bloembericht gaat samenwerken met fotograaf Herman Slurink
Soms komt schoonheid niet met grote gebaren binnen, maar in het eerste licht boven het riet, in een zwaan die door het water schuift, in nevel boven De Wieden of in de stilte van een landschap dat al eeuwen ademt.
Voor Bloembericht gaan we samenwerken met Herman Slurink, fotograaf en fijnzinnig waarnemer van de Weerribben-Wieden. Herman kent het gebied niet van een afstand. Hij zwerft er al zijn leven lang doorheen, vooral in de stille uren rond zonsopkomst en zonsondergang, wanneer water, riet en licht even iets prijsgeven wat zich nauwelijks laat benoemen.
Zijn foto’s zijn geen versiering bij de tekst. Ze openen een venster. Naar het landschap van de Kop van Overijssel, maar ook naar de manier waarop kijken kan vertragen, verdiepen en verstillen.
In de komende edities van Bloembericht zullen we met regelmaat werk van Herman opnemen. Als tegenstem tegen de haast. Als uitnodiging om beter te kijken. En misschien ook als herinnering aan wat poëzie en fotografie met elkaar gemeen hebben: het vermogen om in één beeld, één regel, één moment iets groters voelbaar te maken.
|
|
|
|
|
Vriendenbijdrage 2026
Vriendelijk verzoek de vriendenbijdrage 2026 te voldoen. Velen gingen u al voor. Na jaren een bedrag van € 20,-- te hebben gehanteerd ontkomen we er niet aan om de bijdrage te verhogen. We hopen dat u begip heeft.
Het nieuwe bedrag is € 24,--
U kunt dit voldoen via het scannen van de qr-code of via de link. Betaling is veilig via uw eigen bankomgeving, het betreft een betaalverzoek via de Rabo-bank.
Wilt u direct overmaken? ons rekeningnummer is NL64 RABO 0139 0417 10 tnv Stichting Mr. J.C. Bloem Poëzieprijs
De betaallink: U kunt op deze link klikken om naar uw bankomgeving te gaan.
Of scan de onderstaande code
Dank voor uw bijdrage!
Uw bijdrage maakt aandacht voor poëzie mede mogelijk.
Hebt u de vriendenbijdrage al voldaan? Dank!
|
|
|
|
|
De stichting Mr.J.C.Bloem-poëzieprijs herdenkt Jacques Bloem. Op 10 augustus 1966, 60 jaar geleden overleed de dichter in Kalenberg.
Kopje Cultuur – weekend 5 en 6 september
De stichting Mr.J.C.Bloem-poëzieprijs presenteert tijdens Kopje Cultuur op 6 september – een literair poëtische beleving van formaat.
Op zondag 6 september staat Mr.J.C. Bloem centraal tijdens een bijzondere inspirerende dag vol literatuur, geschiedenis en ontmoeting.
Hij heeft een onuitwisbaar stempel gedrukt op de Nederlandstalige poëzie. Voor veel jonge aankomende dichters is J.C.Bloem nog steeds een grote inspiratiebron.
De stichting die door de gemeente Steenwijkerland wordt ondersteund, organiseert iedere twee jaar een poëzieprijs voor de tweede bundel van een dichter.
Op 6 september nemen wij u graag mee op reis langs woorden, verhalen en plekken die verbonden zijn met Bloem.
Het programma op 6 september 2026 verloopt als volgt:
- Een inspirerende lezing door Ellen Deckwitz, over het belang van Bloem voor de Nederlandstalige poëzie. Deckwitz is jurylid van de Mr. J.C. Bloem-poëzieprijs en stadsdichter van Amsterdam.
- Een sfeervolle literaire busreis door Steenwijkerland.
- Een lezing over Bloems partner, dichteres Clara Eggink, verzorgd door biograaf Petra Teunissen-Nijsse, werkzaam als freelance redacteur, journalist en biografisch onderzoeker.
- De feestelijke presentatie van een jubileumboek.
Tijd: 11.00 – 17.00 uur, inbegrepen zijn lunch, koffie en thee en het jubileumboek. Na afloop een drankje tijdens de presentatie van het jubileumboek.
Een dag vol poëzie, verdieping en inspiratie op de prachtige locatie Buitengoed Fredeshiem, Eiderberg 2, 8346 KJ Steenwijk (De Bult)
Kosten: € 75,-
Aanmelden voor plaatsing op de geïnteresseerdenlijst, op volgorde van ontvangst van uw email, via info@jcbloemstichting.nl
U ontvangt een betaalverzoek. Uw aanmelding is definitief na betaling.
Er is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar.
|
Dichters die aandacht verdienen
Alja Spaan
Alja Spaan — de dagelijkse oefening van het verdwijnen
Er zijn dichters die met weinig bundels een groot gebaar maken. Er zijn ook dichters die juist door hun volharding, door hun dagelijkse aanwezigheid, langzaam een eigen landschap aanleggen. Alja Spaan hoort bij die tweede soort, al is ‘tweede soort’ hier misleidend. Wie sinds 8 april 2006 elke ochtend een gedicht op haar website publiceert, doet iets wat veel verder gaat dan discipline. Het is een manier van leven geworden. Een vorm van waarnemen. Misschien zelfs een poging om de tijd, die alles meeneemt, elke dag heel even bij de mouw te pakken.
Alja Spaan werd in 1957 geboren in Sint Pancras en schrijft, zo staat in haar biografie, vanaf haar elfde dagelijks. Dat ene woord — dagelijks — is bij haar belangrijk. Het klinkt eenvoudig, bijna huishoudelijk, maar het zegt veel over haar dichterschap. Poëzie is bij haar niet alleen het eindproduct dat in een bundel belandt. Het is ook het ritme waarmee ze naar de wereld kijkt. Ze schrijft alsof het leven anders te snel in losse stukken uiteenvalt. Alsof er elke ochtend iets gered moet worden: een zin, een herinnering, een beweging van iemand in een kamer, een moeder, een oude vrouw, een hond, een landschap, een tafel waaraan ooit mensen zaten.
Opmerkelijk is dat zij zelf liever het woord schrijver gebruikt dan dichter. Dat is geen koketterie, maar een aanwijzing. Haar poëzie heeft vaak iets verhalends. Ze mijdt het grote dichterlijke effect, het nadrukkelijke beeld, de versregel die zich op de borst klopt. Haar zinnen bewegen eerder als herinneringen: tastend, associatief, soms bijna pratend, maar ondertussen veel geraffineerder dan ze op het eerste gezicht lijken. Haar poëzie klinkt vaak alsof iemand zachtjes denkt terwijl ze spreekt. Juist daardoor komt de spanning langzaam binnen. De lezer wordt niet bij de hand genomen naar een afgeronde gedachte, maar een huis binnengeleid waar in elke kamer nog iets ligt dat niet is opgeruimd.
Dat huis is bij Spaan nooit alleen een metafoor geweest. Haar huis in Alkmaar werd Atelier9en40, een plek waar kunst- en poëzieprojecten ontstonden, waar ze anderen uitgaf en zichzelf. Daarin tekent zich al iets af wat haar werk en haar houding in het literaire veld kenmerkt: ze schrijft niet in afzondering om vervolgens af en toe naar buiten te treden. Ze bouwt ook plekken waar taal kan circuleren. In Alkmaar organiseert ze Reuring, een taalplatform dat dichters een podium geeft. Daarnaast is ze voorzitter, coördinator en hoofdredacteur van het literaire e-magazine Meander, verbonden aan het Dagboekarchief, bestuurslid en dichter bij de Eenzame Uitvaart Alkmaar en lid van het comité van aanbeveling van het Grafisch Atelier Alkmaar.
Dat is veel. Misschien te veel, zou je kunnen denken. Maar bij Spaan lijkt het niet los te staan van haar schrijven. Het gaat telkens om bewaren, doorgeven, aandacht geven aan wat anders gemakkelijk verdwijnt. Een dichter bij een eenzame uitvaart doet in wezen iets wat ook haar poëzie doet: aanwezig zijn namens de taal op het moment dat iemand anders dreigt te verdwijnen zonder getuige. Het gedicht is dan geen versiering. Het is een laatste vorm van menselijkheid.
Haar eigenlijke, volwaardige debuut als dichter kwam relatief laat, met 'Misschien moet alles eerst op tekening hersteld' in 2017. Alleen die titel al klinkt als een programma. Eerst moet er iets op tekening hersteld worden. Niet in de werkelijkheid zelf, want die laat zich zelden herstellen, maar op papier, in taal, in de verbeelding. Daarna volgden 'Tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid' in 2018, 'Losse Honden' in 2021, 'Het langzaam voorovervallen' in 2023 en in 2025 'Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld'. De titels vormen samen bijna een zelfportret. Tegen het vergeten. Voor de behoedzaamheid. Losse honden. Langzaam voorovervallen. Een route die misschien geen route was, maar wel een kaart opleverde van een andere wereld.
Wie haar bundels leest, merkt hoe vaak ze schrijft vanuit de rand van verlies. Niet met grote dramatiek, maar met een opmerkelijke aandacht voor kleine verschuivingen. In Het langzaam voorovervallen klinkt de ervaring door van het voorlezen aan ouderen in een zorginstelling. Dat onderwerp had gemakkelijk sentimenteel kunnen worden. Bij Spaan gebeurt iets anders. Ze schrijft over aftakeling, herinnering en nabijheid zonder de mensen over wie ze schrijft te verkleinen tot hun kwetsbaarheid. Ze kijkt goed. Soms genadeloos goed. Maar nooit zonder tederheid.
Ook haar meest recente bundel, Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld, is nauw verbonden met herinnering en familie. De bundel is opgedragen aan haar moeder en beweegt tussen autobiografie en verbeelding. Juist daar ligt een kracht van Spaan: ze schrijft persoonlijk, maar niet particulier. Het eigen leven wordt niet uitgestald als bekentenis, maar onderzocht als materiaal. Wat is een herinnering? Van wie is een moeder nog, nadat zij gestorven is? Wat blijft er over van een route wanneer degene die meeliep er niet meer is? En hoe betrouwbaar is de kaart die we achteraf tekenen?
Daarom verdient Alja Spaan aandacht. Niet omdat ze zich nadrukkelijk presenteert als groot dichterlijk gebaar, maar omdat haar werk iets doet wat in deze tijd zeldzaam is: het houdt vol. Het blijft kijken. Het blijft noteren. Het blijft de wereld aanspreken, ook wanneer die wereld uit ouderdom, verdriet, vergeten, eenzaamheid of onhandige liefde bestaat.
Haar poëzie vraagt geen luide lezing, geen podiumlicht, geen plechtige stilte vooraf. Ze vraagt eerder een stoel aan een tafel. Iemand die gaat zitten. Iemand die bereid is de zinnen niet te snel te begrijpen. Want onder de gewone spreektoon van Alja Spaan ligt een dichterlijk terrein waarin het alledaagse telkens iets onrustbarends krijgt. Een keuken is nooit alleen een keuken. Een moeder nooit alleen een moeder. Een hond nooit alleen een hond. Een oude vrouw achter glas nooit alleen een beeld uit een coronajaar.
Misschien is dat de reden dat haar dagelijkse gedicht zo goed bij haar past. Elke dag opnieuw een poging. Niet om de wereld mooier te maken dan zij is, maar om haar behoedzaam te benaderen. Tegen het vergeten in. Tegen het achteloze in. En voor alles wat nog net kan worden opgetekend voordat het uit het zicht raakt.
Alja Spaan op youtube
Website
|
|
|
foto © Wouter van der Hoeven
|
de liefste
Mijn moeder zegt ‘er is niemand meer’ en
dat ze allemaal dood zijn en dat zelfs mijn
vader zo afwezig is de laatste tijd, ze kan
niet naar huis en ze verliest
deze omgeving en waar woon jij, vraagt ze,
woon jij nog ergens?
En dat haar fiets verkocht is maar dat ze
fietsen wou, ze kon met mij mee, dacht ze
en met lange nagels prikt ze in mijn vel
en dan opeens telt ze zachtjes, bijna
neuriënd de bolletjes op mijn trui die ik
zeker stuk voor stuk,
knikt ze, heb opgenaaid, van jou geleerd,
zeg ik dan maar en zij
‘dat verzin je’ maar wel dat mooie dingen
maken een manier is
om thuis te komen, denk ik, of om niets te
verliezen.
opgenomen in de bundel Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld een gedicht van 12 april 2012
----
naast het zijne
O lief, waar heb je me verborgen? Achter welke stapel, onder welk bed, achter welke deur, in welke ruimte, waar in
je hoofd, je lijf, je verzameling, achter welke reden, welke uitleg, welk gebaar, welke leugen, welke herhaling.
Waar kan ik zoeken en mezelf terugvinden, zie ik daar een glimp van een jurkje, een schoen op het dak, een oorbel aan
de lamp, een schreeuw in een geluidsbestand, een foto aan een punaise, een tasje zonder hengsel, drie boeken over hetzelfde
onderwerp, een hartje van lippenstift op je badkamerspiegel, lange haren in het stof. Hoor ik het krassen, zuchten, verplaatsen,
verschuiven, slepen, neerzetten, zo klein als een muis, zo zwart als een vogel, zo groot als je lievelingshond, je stem die me toespreekt,
zie ik je huilen, grijnzen, de ramen openzetten, naar me blazen, zie ik daar iets terug, beweegt daar iets, daar boven op je?
een gedicht van 2 mei 2026
---
plezierig
Zoals met de tekst op het ansichtkaartje: je twijfelt aan de omschrijving maar het adres klopt, je hebt je
handtekening geoefend, ze zien meteen dat jij het bent en ze zullen blij zijn, de post doet de ronde, wordt
geschoven onder het lichtknopje naast de deur zodat elke keer als de deur open gaat, er even gekeken kan
worden. Je komt een keer thuis, dat ook en je zult verhalen van je reis, je vertelt alleen niet alles
zoals je nu niet alles opschrijft. Het weer was zonnig, er vielen vogels uit de lucht, je ving ze allemaal.
een gedicht van 16 oktober 2014
|
|