Afbeelding

BLOEMBERICHT juni 2026

Beste vriend/vriendin

Het zesde nummer van jaargang 6 van Bloembericht!  Veel leesplezier.

Citaat van de maand

 

'Ik verbaas mij telkens weer over het grote aantal geschikte en behoorlijke mensen op de wereld, terwijl de mensheid als geheel zo'n zootje is.'

 

J.C. Bloem

Inhoud van dit Bloembericht

 

  • Citaat van de maand
  • Wist u dat? Rubriek met wetenswaardigheden, opmerkingen en vragen
  • Vriendenbijdrage 2026. Dank voor uw bijdrage!
  • 6 september Herdenkingsactiviteit rond het feit dat Jacques Bloem in 1966, 60 jaar geleden, overleed in kalenberg.
  • De rubriek 'Dichters die aandacht verdienen', deze maand Alja Spaan
  • Aandacht voor oud-genomineerden en prijswinnaars. Deze maand aandacht voor Mischa Andriessen
  • Het Bloemgedicht van de maand
  • Bloem over de grens

Wist u dat ...

 

ANBI-status
De stichting heeft de ANBI-status. RSIN nummer 813677543
Een gift is aftrekbaar voor de belasting. Wilt u meer informatie, neemt u dan contact op met de penningmeester.

 

Zoekt u een cadeau? 
Denk eens aan de bundel 'Beste meneer Bloem'

De bundel is te bestellen voor € 19,95 via deze link  Verzenden in Nederland is gratis, voor België zijn de verzendkosten € 5,--

Bloembericht gaat samenwerken met fotograaf Herman Slurink

Soms komt schoonheid niet met grote gebaren binnen, maar in het eerste licht boven het riet, in een zwaan die door het water schuift, in nevel boven De Wieden of in de stilte van een landschap dat al eeuwen ademt.

 

Voor Bloembericht gaan we samenwerken met Herman Slurink, fotograaf en fijnzinnig waarnemer van de Weerribben-Wieden. Herman kent het gebied niet van een afstand. Hij zwerft er al zijn leven lang doorheen, vooral in de stille uren rond zonsopkomst en zonsondergang, wanneer water, riet en licht even iets prijsgeven wat zich nauwelijks laat benoemen.

 

Zijn foto’s zijn geen versiering bij de tekst. Ze openen een venster. Naar het landschap van de Kop van Overijssel, maar ook naar de manier waarop kijken kan vertragen, verdiepen en verstillen.

 

In de komende edities van Bloembericht zullen we met regelmaat werk van Herman opnemen. Als tegenstem tegen de haast. Als uitnodiging om beter te kijken. En misschien ook als herinnering aan wat poëzie en fotografie met elkaar gemeen hebben: het vermogen om in één beeld, één regel, één moment iets groters voelbaar te maken.

Vriendenbijdrage 2026

 

Vriendelijk verzoek de vriendenbijdrage 2026 te voldoen. Velen gingen u al voor. Na jaren een bedrag van € 20,-- te hebben gehanteerd ontkomen we er niet aan om de bijdrage te verhogen. We hopen dat u begip heeft.

Het nieuwe bedrag is € 24,-- 

U kunt dit voldoen via het scannen van de qr-code  of via de link. Betaling is veilig via uw eigen bankomgeving, het betreft een betaalverzoek via de Rabo-bank.

 

Wilt u direct overmaken? ons rekeningnummer is NL64 RABO 0139 0417 10 tnv Stichting Mr. J.C. Bloem Poëzieprijs

 

De betaallink: U kunt op deze link klikken om naar uw bankomgeving te gaan.

 

Of scan de onderstaande code

 

Dank voor uw bijdrage!

Uw bijdrage maakt aandacht voor poëzie mede mogelijk.

 

Hebt u de vriendenbijdrage al voldaan? Dank!

De stichting Mr.J.C.Bloem-poëzieprijs herdenkt Jacques Bloem. 
Op 10 augustus 1966, 60 jaar geleden overleed de dichter in Kalenberg. 

 

Kopje Cultuur – weekend 5 en 6 september

De stichting Mr.J.C.Bloem-poëzieprijs presenteert tijdens Kopje Cultuur op 6 september – een literair poëtische beleving van formaat.

Op zondag 6 september staat Mr.J.C. Bloem centraal tijdens een bijzondere inspirerende dag vol literatuur, geschiedenis en ontmoeting. 


Hij heeft een onuitwisbaar stempel gedrukt op de Nederlandstalige poëzie. 
Voor veel jonge aankomende dichters is J.C.Bloem nog steeds een grote inspiratiebron.

De stichting die door de gemeente Steenwijkerland wordt ondersteund, organiseert iedere twee jaar een poëzieprijs voor de tweede bundel van een dichter.

 

Op 6 september nemen wij u graag mee op reis langs woorden, verhalen en plekken die verbonden zijn met Bloem.

 

Het programma op 6 september 2026 verloopt als volgt:

  • Een inspirerende lezing door Ellen Deckwitz, over het belang van Bloem voor de Nederlandstalige poëzie. Deckwitz is jurylid van de Mr. J.C. Bloem-poëzieprijs en stadsdichter van Amsterdam.
  • Een sfeervolle literaire busreis door Steenwijkerland.
  • Een lezing over Bloems partner, dichteres Clara Eggink, verzorgd door biograaf Petra Teunissen-Nijsse, werkzaam als freelance redacteur, journalist en biografisch onderzoeker. 
  • De feestelijke presentatie van een jubileumboek.

 

Tijd: 11.00 – 17.00 uur, inbegrepen zijn lunch, koffie en thee en het jubileumboek. Na afloop een drankje tijdens de presentatie van het jubileumboek.


Een dag vol poëzie, verdieping en inspiratie op de prachtige locatie Buitengoed Fredeshiem, Eiderberg 2, 8346 KJ Steenwijk (De Bult)

Kosten: € 75,-

 

Aanmelden voor plaatsing op de geïnteresseerdenlijst, op volgorde van ontvangst van uw email, via info@jcbloemstichting.nl

 

U ontvangt een betaalverzoek. Uw aanmelding is definitief na betaling.

 

Er is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar. 

Dichters die aandacht verdienen

Alja Spaan

 

 

Alja Spaan — de dagelijkse oefening van het verdwijnen

 

Er zijn dichters die met weinig bundels een groot gebaar maken. Er zijn ook dichters die juist door hun volharding, door hun dagelijkse aanwezigheid, langzaam een eigen landschap aanleggen. Alja Spaan hoort bij die tweede soort, al is ‘tweede soort’ hier misleidend. Wie sinds 8 april 2006 elke ochtend een gedicht op haar website publiceert, doet iets wat veel verder gaat dan discipline. Het is een manier van leven geworden. Een vorm van waarnemen. Misschien zelfs een poging om de tijd, die alles meeneemt, elke dag heel even bij de mouw te pakken.

 

Alja Spaan werd in 1957 geboren in Sint Pancras en schrijft, zo staat in haar biografie, vanaf haar elfde dagelijks. Dat ene woord — dagelijks — is bij haar belangrijk. Het klinkt eenvoudig, bijna huishoudelijk, maar het zegt veel over haar dichterschap. Poëzie is bij haar niet alleen het eindproduct dat in een bundel belandt. Het is ook het ritme waarmee ze naar de wereld kijkt. Ze schrijft alsof het leven anders te snel in losse stukken uiteenvalt. Alsof er elke ochtend iets gered moet worden: een zin, een herinnering, een beweging van iemand in een kamer, een moeder, een oude vrouw, een hond, een landschap, een tafel waaraan ooit mensen zaten.

 

Opmerkelijk is dat zij zelf liever het woord schrijver gebruikt dan dichter. Dat is geen koketterie, maar een aanwijzing. Haar poëzie heeft vaak iets verhalends. Ze mijdt het grote dichterlijke effect, het nadrukkelijke beeld, de versregel die zich op de borst klopt. Haar zinnen bewegen eerder als herinneringen: tastend, associatief, soms bijna pratend, maar ondertussen veel geraffineerder dan ze op het eerste gezicht lijken. Haar poëzie klinkt vaak alsof iemand zachtjes denkt terwijl ze spreekt. Juist daardoor komt de spanning langzaam binnen. De lezer wordt niet bij de hand genomen naar een afgeronde gedachte, maar een huis binnengeleid waar in elke kamer nog iets ligt dat niet is opgeruimd.

Dat huis is bij Spaan nooit alleen een metafoor geweest. Haar huis in Alkmaar werd Atelier9en40, een plek waar kunst- en poëzieprojecten ontstonden, waar ze anderen uitgaf en zichzelf. Daarin tekent zich al iets af wat haar werk en haar houding in het literaire veld kenmerkt: ze schrijft niet in afzondering om vervolgens af en toe naar buiten te treden. Ze bouwt ook plekken waar taal kan circuleren. In Alkmaar organiseert ze Reuring, een taalplatform dat dichters een podium geeft. Daarnaast is ze voorzitter, coördinator en hoofdredacteur van het literaire e-magazine Meander, verbonden aan het Dagboekarchief, bestuurslid en dichter bij de Eenzame Uitvaart Alkmaar en lid van het comité van aanbeveling van het Grafisch Atelier Alkmaar.

Dat is veel. Misschien te veel, zou je kunnen denken. Maar bij Spaan lijkt het niet los te staan van haar schrijven. Het gaat telkens om bewaren, doorgeven, aandacht geven aan wat anders gemakkelijk verdwijnt. Een dichter bij een eenzame uitvaart doet in wezen iets wat ook haar poëzie doet: aanwezig zijn namens de taal op het moment dat iemand anders dreigt te verdwijnen zonder getuige. Het gedicht is dan geen versiering. Het is een laatste vorm van menselijkheid.

 

Haar eigenlijke, volwaardige debuut als dichter kwam relatief laat, met 'Misschien moet alles eerst op tekening hersteld' in 2017. Alleen die titel al klinkt als een programma. Eerst moet er iets op tekening hersteld worden. Niet in de werkelijkheid zelf, want die laat zich zelden herstellen, maar op papier, in taal, in de verbeelding. Daarna volgden 'Tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid' in 2018, 'Losse Honden' in 2021, 'Het langzaam voorovervallen' in 2023 en in 2025 'Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld'. De titels vormen samen bijna een zelfportret. Tegen het vergeten. Voor de behoedzaamheid. Losse honden. Langzaam voorovervallen. Een route die misschien geen route was, maar wel een kaart opleverde van een andere wereld.

 

Wie haar bundels leest, merkt hoe vaak ze schrijft vanuit de rand van verlies. Niet met grote dramatiek, maar met een opmerkelijke aandacht voor kleine verschuivingen. In Het langzaam voorovervallen klinkt de ervaring door van het voorlezen aan ouderen in een zorginstelling. Dat onderwerp had gemakkelijk sentimenteel kunnen worden. Bij Spaan gebeurt iets anders. Ze schrijft over aftakeling, herinnering en nabijheid zonder de mensen over wie ze schrijft te verkleinen tot hun kwetsbaarheid. Ze kijkt goed. Soms genadeloos goed. Maar nooit zonder tederheid.

Ook haar meest recente bundel, Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld, is nauw verbonden met herinnering en familie. De bundel is opgedragen aan haar moeder en beweegt tussen autobiografie en verbeelding. Juist daar ligt een kracht van Spaan: ze schrijft persoonlijk, maar niet particulier. Het eigen leven wordt niet uitgestald als bekentenis, maar onderzocht als materiaal. Wat is een herinnering? Van wie is een moeder nog, nadat zij gestorven is? Wat blijft er over van een route wanneer degene die meeliep er niet meer is? En hoe betrouwbaar is de kaart die we achteraf tekenen?

 

Daarom verdient Alja Spaan aandacht. Niet omdat ze zich nadrukkelijk presenteert als groot dichterlijk gebaar, maar omdat haar werk iets doet wat in deze tijd zeldzaam is: het houdt vol. Het blijft kijken. Het blijft noteren. Het blijft de wereld aanspreken, ook wanneer die wereld uit ouderdom, verdriet, vergeten, eenzaamheid of onhandige liefde bestaat.

 

Haar poëzie vraagt geen luide lezing, geen podiumlicht, geen plechtige stilte vooraf. Ze vraagt eerder een stoel aan een tafel. Iemand die gaat zitten. Iemand die bereid is de zinnen niet te snel te begrijpen. Want onder de gewone spreektoon van Alja Spaan ligt een dichterlijk terrein waarin het alledaagse telkens iets onrustbarends krijgt. Een keuken is nooit alleen een keuken. Een moeder nooit alleen een moeder. Een hond nooit alleen een hond. Een oude vrouw achter glas nooit alleen een beeld uit een coronajaar.

 

Misschien is dat de reden dat haar dagelijkse gedicht zo goed bij haar past. Elke dag opnieuw een poging. Niet om de wereld mooier te maken dan zij is, maar om haar behoedzaam te benaderen. Tegen het vergeten in. Tegen het achteloze in. En voor alles wat nog net kan worden opgetekend voordat het uit het zicht raakt.

 

Alja Spaan op youtube

Website

 

foto © Wouter van der Hoeven

de liefste

 

Mijn moeder zegt ‘er is niemand meer’ en

dat ze allemaal dood zijn en dat zelfs mijn

 

vader zo afwezig is de laatste tijd, ze kan

niet naar huis en ze verliest

 

deze omgeving en waar woon jij, vraagt ze,

woon jij nog ergens?

 

En dat haar fiets verkocht is maar dat ze 

fietsen wou, ze kon met mij mee, dacht ze

 

en met lange nagels prikt ze in mijn vel

en dan opeens telt ze zachtjes, bijna

 

neuriënd de bolletjes op mijn trui die ik 

zeker stuk voor stuk,

 

knikt ze, heb opgenaaid, van jou geleerd,

zeg ik dan maar en zij

 

‘dat verzin je’ maar wel dat mooie dingen 

maken een manier is

 

om thuis te komen, denk ik, of om niets te

verliezen.

 

 

opgenomen in de bundel Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld
een gedicht van 12 april 2012

----

 

naast het zijne

 

O lief, waar heb je me verborgen? Achter welke stapel, onder welk
bed, achter welke deur, in welke ruimte, waar in

 

je hoofd, je lijf, je verzameling, achter welke reden, welke uitleg,
welk gebaar, welke leugen, welke herhaling.

 

Waar kan ik zoeken en mezelf terugvinden, zie ik daar een glimp van
een jurkje, een schoen op het dak, een oorbel aan

 

de lamp, een schreeuw in een geluidsbestand, een foto aan een punaise,
een tasje zonder hengsel, drie boeken over hetzelfde

 

onderwerp, een hartje van lippenstift op je badkamerspiegel, lange haren
in het stof. Hoor ik het krassen, zuchten, verplaatsen,

 

verschuiven, slepen, neerzetten, zo klein als een muis, zo zwart als een
vogel, zo groot als je lievelingshond, je stem die me toespreekt,

 

zie ik je huilen, grijnzen, de ramen openzetten, naar me blazen, zie ik
daar iets terug, beweegt daar iets, daar boven op je?

 

 

een gedicht van 2 mei 2026

 

---


 plezierig

 

Zoals met de tekst op het ansichtkaartje:
je twijfelt aan de omschrijving maar het
adres klopt, je hebt je

 

handtekening geoefend, ze zien meteen
dat jij het bent en ze zullen blij zijn, de
post doet de ronde, wordt

 

geschoven onder het lichtknopje naast
de deur zodat elke keer als de deur open
gaat, er even gekeken kan

 

worden. Je komt een keer thuis, dat ook
en je zult verhalen van je reis, je vertelt
alleen niet alles

 

zoals je nu niet alles opschrijft. Het weer
was zonnig, er vielen vogels uit de lucht,
je ving ze allemaal.

 

 

een gedicht van 16 oktober 2014

Oud-genomineerden en winnaars

Deze maand Mischa Andriessen winnaar in 2013 met 'Huisverraad'

 

Mischa Andriessen: van huisverraad naar pieta

 

Toen Mischa Andriessen in 2013 met Huisverraad de J.C. Bloem-poëzieprijs won, ging het om een dichter bij wie de belofte nog net niet volledig was vastgelegd. Dat is precies de spanning van die prijs: hij bekroont een tweede bundel, en dus niet alleen wat er al is, maar ook wat er mogelijk nog komt. Bij Andriessen is dat achteraf gezien een gelukkige keuze geweest. De dichter is niet in de belofte blijven steken. Hij heeft haar uitgebouwd tot een oeuvre.

 

Na Huisverraad volgden Dwalmgasten, Winterlaken, Het Drogsyndicaat en Pieta. Vooral de laatste drie bundels laten zien hoe Andriessen zijn thematiek heeft verdiept. Waar Huisverraad al een wereld liet zien waarin houvast ontbrak, waarin huizen, vaders, zonen en herinneringen niet langer veilig waren, wordt die ontregeling later intiemer en fundamenteler. Liefde, verlies, rouw, vaderschap en lichamelijkheid schuiven naar het centrum. De titel Pieta zegt veel: dragen en gedragen worden, verlies en tederheid, het lichaam als plaats van pijn én verbondenheid.

 

Opvallend is dat Andriessen daarbij geen dichter van de eenvoudige ontboezeming is geworden. Zijn gedichten blijven weerbarstig. Ze vertellen, maar nooit helemaal. Ze suggereren een verhaal, maar trekken zich ook terug. De lezer moet zoeken, verbanden leggen, soms accepteren dat niet alles zich laat oplossen. Dat maakt zijn poëzie niet gesloten, eerder dwingend langzaam. Ze vraagt aandacht en geduld.

 

Een tweede ontwikkeling is dat Andriessen zich niet tot de poëzie heeft beperkt. Hij schrijft over beeldende kunst en jazz, is betrokken bij literaire tijdschriften en publiceerde met Probeer de hemel mijn huis te maken ook een verhalenbundel. Dat proza kwam niet uit het niets: ook in zijn poëzie was altijd al een verhalende onderstroom aanwezig. Alleen werd die nooit netjes uitgelegd. Misschien is dat wel zijn kracht: Andriessen maakt van verhalen geen afgeronde anekdotes, maar geladen ruimten waarin iets onherstelbaars heeft plaatsgevonden.

 

Wie hem in 2013 bekroonde, zag een dichter die na zijn debuut een tweede, sterkere stap zette.

Wie nu terugkijkt, ziet vooral continuïteit: een dichter die zijn eigen duistere, bezwerende toon heeft gevonden en die gaandeweg steeds meer durft te verbinden — het persoonlijke met het mythische, liefde met verlies, taal met muziek en beeld. Huisverraad was geen eindpunt, maar een begin van een oeuvre waarin de wereld telkens opnieuw uit zijn voegen raakt.

 

Singel uitgeverij Mischa Andriessen

foto Koos Breukel/singeluitgeverijen

Het Bloemgedicht van de maand

 

De eerste publicatie van het gekozen gedicht [uit Media Vita] vond plaats in het tijdschrift Helicon in februari 1931.

 

Bevrijding

 

De schrille voorjaarsavond onttreden

volg ik de donkere, verloren straat

-door de arme drom van ’t klaterfeest gemeden-

die naar de nachtelijke kaden gaat.

 

De dag is henen en de zwaarte is henen.

-Het luide en snelle leven, was dat hier?

Nu is er slechts een door de maan beschenen,

verheerlijkt zeewaarts-stromende rivier.

 

En een gedachte is als diep ademhalen

in de benauwenis des daags gedaald:

hoe dat ik lang verworpen moest verdwalen

in leven, dat naar geen verlossing taalt,

 

om ouder nu, maar de eendere, te komen

tot dit zwarte water, deze reine schijn,

en te beseffen, dat de vroege dromen

achter de jaren niet gestorven zijn.

 

In de Verzamelde Gedichten van Bloem, uitgave 1968, derde herziene druk, begint consequent iedere nieuwe regel met een hoofdletter.

Dat hebben we al enige tijd losgelaten. We volgen de tekst [uiteraard] nauwkeurig, maar laten ‘de regels doorlopen’.

De zeggingskracht van de gedichten wordt hierdoor versterkt.

 

Het gedicht werd ook geplaatst in Winterboek 1934-1935 van het comité voor arbeid aan werkloze intellectuelen, [‘s-Gravenhage  1934].

 

In de Kroniek der Nederlandsche Letteren [De Gids 96, 1932] levert Martinus Nijhoff in zijn bijdrage naast lof over Media Vita toch ook enige kritiek. Hij vindt regels als de arme drom van ’t klaterfeest

‘’ maar armoedige rethoriek, lang niet op het vroeger peil’’.

 

De beschrijving van de eenzaamheid, die Nijhoff aanspreekt, maakt dat hij dit één van de mooiste gedichten van Bloem vindt, naast November.

 

Bij naspeuring blijkt er een tweede gedicht met dezelfde titel te zijn en wel uit de periode 1932-’34.

Op 21 november 1934 stuurde Bloem dit gedicht aan [zijn vriend] Jan Engelman ter plaatsing in De gemeenschap en dat vond plaats in 1935, in het aprilnummer.

Bloem:’’ het is al een paar jaar oud, eigenlijk het eerste wat ik na Media Vita heb geschreven, maar ik heb het nu wat verbeterd [hoop ik]’’.

 

Bevrijding

 

Een glazen wand scheidt mij van nacht en water -

nog nooit was de belofte zoo nabij,

dat eens de wereld aflaat, vroeg of later

en ieder hart eens dood zal zijn en vrij.

 

Waarom een bijna dood dan te doen blijven

in’t nauwe huis van knechtschap en verraad,

inplaats van het voor altijd in te lijven

bij water, nacht en alles wat vergaat ?

 

Het gedicht is niet opgenomen in een bundel.

Photo by Ganapathy Kumar on Unsplash

Bloem [kijkt] over de grens

 

In het kader van de rubriek Bloem over de grens een kleine variant in de titel en de inhoud.

De dichter Bloem kijkt over de grens en geeft aan door welke buitenlandse dichters hij geïnspireerd raakte en voor wie hij grote bewondering koesterde.

We doen dat aan de hand van Persoonlijke voorkeur van J.C. Bloem, gedichten uit de letterkunde van vier landen met kort commentaar,

in deel 79 van de Ooievaar-reeks , uitgegeven door Bert Bakker /

Daamen N.V., Den Haag 1958.

Bloem bespreekt in het boek ook Nederlandstalige dichters, die we in het kader van de grensoverschrijdingen nu zullen overslaan.

Resteren drie landen : Engeland, Frankrijk en Duitsland.

 

Met William Shakespeare (1564-1616) geven we de aftrap.

Bloem :’’ Shakespeare naar waarde te prijzen is ondoenlijk, Niet de geringste van zijn kwaliteiten toch is deze, dat wanneer hij alleen die liederen had geschreven die, hoe mooi ook, toch een soort van toegift bij zijn drama’s zijn, hij ook als de dichter daarvan, de primes inter pares zou zijn’’.

 

Bloem kiest voor het gedicht

 

Fidele

 

Fear no more the heat o’ the sun,

nor the furious winter’s rages;

thou they wordly task hast done,

home art gone, and ta’en thy wages :

golden lads and girls all must

as chimney-sweepers, come to dust.

 

Fear no more the frown o’ the great,

thou art past the tyrant’s stroke;

care no more to clothe and eat;

to thee the reed is as the oak :

the sceptre, learning, physic, must

all follow this, and come to dust.

 

Fear no more the lightning-flash,

nor the all-dreaded thunder-stone;

fear no slander, censure crash;

thou hast finish’d joy and moan :

all lovers young, all lovers must

consign to thee, and come to dust.

 

No exerciser harm thee !

Nor no witchcraft charm thee !

Ghost unlaid forbear thee !

Nothing ill come near thee!

 

Quiet consumnation have;

and renownèd be thy grave !

 

Niemand ontkomt zijn noodlot….noch bij Bloem, noch bij Shakespeare.

Drie maanden Bloembericht op proef

Wilt u dit Bloembericht naar vijf bekenden, contacten, relaties, in poëzie-geïnteresseerden doorsturen? Geweldig!

Wie interesse heeft meldt zich via email.  info@jcbloemstichting.nl  eenvoudig aan voor een proefperiode als vriend en ontvangt dan 3 maanden Bloembericht.

Vriend bent u al vanaf € 24,-- per jaar.

U bent dan verzekerd van de toezending van Bloembericht.

Laat u ons weten wat u van Bloembericht vindt?

We zijn benieuwd wat u van de nieuwsbrief vindt. Laat u het ons weten?


Bloembericht verschijnt elke maand, exclusief voor de vrienden van de Stichting Mr. J.C. Bloem-Poëzieprijs. Afmelden kan met de link onderaan deze nieuwsbrief.

Stichting Mr. J.C. Bloem Poëzieprijs - Tukseweg 91
- 8331 RS - Tuk-Steenwijk - info@jcbloemstichting.nl - www.jcbloemstichting.nl

 

Wilt u geen nieuwsbrieven meer ontvangen? Klik dan hier om  af te melden.