Tijdens de lezing in De Lier zag ik veel gezichten die ik nog niet kende. Eén van hen sprak mij tijdens de pauze aan en vroeg of ik bekend was met de naam Kor Penning, iemand uit het Westlands verzet tijdens de oorlogsjaren.
Die vraag stelde hij omdat tijdens het eerste deel van de lezing verschillende namen uit het Westland de revue passeerden, waaronder Leendert Valstar, Hordijk, Piet Doelman en Tinus Vermeer. Ook enkele omgekomen leden van de Knokploeg Westland werden genoemd, zoals Johannes Lagerwerf, Niek Koers, Pieter Prins, Cornelis van Beieren en Nicolaas Doelman.
Volgens deze bezoeker ontbrak echter één naam die in de opsomming van nemen volgens hem niet mocht ontbreken: ‘Oom Kor’.
In ons gesprek gaf ik aan dat Kor Penning inderdaad een belangrijke rol speelde in het Westlands verzet en omstreken, maar vooral binnen een andere tak: de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). Deze organisatie werkte nauw samen met de Landelijke Knokploegen, ook in het Westland. Omdat ‘Oom Kor’ vooral als hoofd van de LO actief was, is ervoor gekozen hem in het boek slechts beperkt te noemen.
Na ons gesprek namen we afscheid, want hij had nog een lange rit voor de boeg. Enkele weken later kreeg ik opnieuw contact met deze meneer. Tijdens dat eerste contactmoment bleek dat Kor Penning zijn oom was. Ik was verrast.
Deze bijzondere kennismaking bevestigt onze intentie om ons als stichting ook nadrukkelijk te richten op de LO in het Westland. Zoals in het boek al kort wordt aangestipt, hielpen veel leden van de Knokploeg Westland al vóór hun gewapende acties Joden en onderduikers aan een slaapplek, documenten en voedsel. Het is dan ook logisch en noodzakelijk om ook het werk en de mensen van de LO Westland voor het voetlicht te brengen.